Boekhouder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

x91Je komt niet aan mijn komkommertje, blijf van mijn snijboon af.x92 Aan deze tekstregel, afkomstig van een x91O x96jee-plaatx92 uit de Johnny Hoes stal, moet ik vaak denken als ik tijdens het hardlopen het Emmaplein passeer. In het souterrain van het eerste pand op dit fraaie koekblikplein, naast het Bisdom Rotterdam, is nog steeds Uitgeverij Donker gevestigd. In het jaar na mijn eindexamen had ik daar een kantoorbaantje, in de hoop te worden ontdekt als briljant schrijfster. Dat gebeurde niet. Wel heb ik daar drukproeven leren corrigeren, typen met twee vingers, banden uitwerken en facturen op volgorde leggen. Het was er vaak knus en gezellig met baas Ad met zijn witte puntsik en stentorstem en zijn zoon Willem, die vaak verzuchtte: x91Meisje, meisje, je bent me er eentjex85x92als ik xe9xe9n van mijn ingewikkelde excuses op hem losliet als er weer eens een typefout in een aanbiedingsbrief zat, of een factuur niet op volgorde was opgeborgen. Willem heeft nu de zaak overgenomen en, afgaand op Internet- en krantenafbeeldingen, gaat hij meer en meer op zijn inmiddels ontslapen vader lijken. Alleen, een puntsik heeft hij geloof ik niet. Een minder prettig element in deze werkkring vormde de boekhouder, die ik meneer V. zal noemen, uit pixebteit voor zijn nabestaanden. Want ik vermoed dat ook hij inmiddels is overleden. Toentertijd, we schrijven 1970-1971, was hij ingehuurd als 65-plusser, een populaire constructie om oudere werknemers in de circulatie te houden, waar veel bedrijven gebruik van maakten. In het begin scheen meneer V. mij een gemoedelijk mannetje toe. Een parmantig klein, kalend baasje met een bril en een krassend stemmetje, die vaak wees op roodborstjes in de verwilderde achtertuin. Hij was trots op zijn dochter, die achter de toonbank stond van een belegde broodjeszaak, een paar straten verder. En op zijn hoofdrekenvaardigheden, heel wat beter dan x91die van die jonge meiden van tegenwoordig, die niks zonder rekenmachine kunnen uitrekenenx92. Zijn duistere kanten manifesteerden zich toen hij sprak over de gemeenschappelijke hobby die hij deelde met zijn echtgenote en de buren: stijldansen. Of, liever, over wat zich na de danslessen afspeelde. Meestal wachtte hij met zijn ontboezemingen tot vader en zoon Donker x91op aanbiedingx92 langs de boekhandels gingen. In het nauwe, donkere gangetje met misdrukken wees hij mij, onschuldig schaap van 19 lentes, in welk nisje hij het met Buurvrouw had gedaan. x91Ja, want mijn vrouw heeft niet meer zox92n zin in seks en als man mot je toch wat. En haar man heeft er ook geen zin meer in, dusx85x92 Het begon allemaal tijdens het draaien van x91O-jee-platenx92 tijdens een verjaarsvisite in het buurhuis. x91Je komt niet aan mijn komkommertje, blijf van mijn snijboon afx85x92klonk het uit de stereo-installatie. Daar gingen meneer V. en Buurvrouw samen op dansen en voordat ze het wisten, dwaalden hun handen af. Daarbij belandde meneer Vx92s hand in het slipje van Buuf: x91Kletsnat was ze daar. Nou, dat werktx85x92 Met instemming van de seksversmadende partners beleefden beide buren sindsdien menig hitsig moment, als je meneer V. mocht geloven. x91Ik heb de sleutel van kantoor en na de dansles gaan we hier vaak aan de gangx92, vertelde de bronstige boekhouder, die ook wel wilde weten hoe het met mijn seksleven stond. In die periode was ik daar bevattelijk voor. Ik had kort geleden een klungelige Eerste Keer beleefd. Ik was er vol van en wilde er dolgraag met iemand over praten. In die periode had ik echter geen intieme vriendinnen en mijn broer en zus waren te jong voor dit thema. Mijn moeder ging compleet over de rooie toen zij hoorde dat ik op mijn eenpersoonsbedje was ontmaagd. Hoe kon dat aan haar aandacht zijn ontsnapt, terwijl zij ons om het halfuur met kopjes thee had bestookt? Een openhartig moeder-dochter-gesprek over dit onderwerp zat er niet in. Dus toen meneer V. begon over problemen met het maagdenvlies tijdens Eerste Keren, ging ik hier gretig op in. Toch begon ik mij na verloop van tijd ongemakkelijk te voelen als ik met V. alleen op kantoor was. Hij had het wel xe9rg vaak over seks. Zo gaf hij een uitputtende beschrijving van paarden die werden gedekt: x91En die hengst die hxe1d me toch een groot, vuurrood apparaatx85x92 En zou hij wel echt iets hebben met die buurvrouw? Wat hij vertelde, leek regelrecht uit een pornoblaadje te komen. Toen ik thuis hierover mijn beklag deed, aarzelde mijn moeder niet om tijdens mijn afwezigheid naar de telefoon te grijpen en V. met ferme stem de les te lezen: x91Meneer, wilt u niet langer uw seksuele ervaringen met mijn dochter bespreken, want dat vindt ze erg naar en ze is te vriendelijk om het te zeggen.x92 x91Oh, mevrouwx92, stamelde de man ontsteld, x91ik heb het zonder erg gedaan!x92 Sindsdien ging ik meneer V. uit de weg en zei alleen het hoognodige tegen hem. Met terugwerkende kracht strafte ik hem voor zijn vieze praatjes door hem vieze koffie voor te schotelen. Als de koffiemelk over datum was (Ad Donker was een krent, voordat het spul helemaal op was, kwam er geen nieuwe fles op de koffietafel), gaf ik V. een extra plens van het zure bocht. x91Ah, dankjewel!x92 riep hij evenwel enthousiast, zo argeloos en oprecht dat ik mij schuldig ging voelen. En ik heb nooit gemerkt dat hij er onwel van werd. Misschien vond hij het wel xe9cht lekker, omdat het uit mijn prille meisjeshandjes kwam. Toen ik opzegde omdat ik ging studeren, was er sprake van dat zijn dochter mij zou opvolgen, maar zij hield het toch liever bij belegde broodjes. Wie volgde mij wxe9l op? Zou V. hem of haar ook getrakteerd hebben op O-jee-verhalen? Het verleden hult zich wat dat betreft in duisternis, als de nis waar zich V.x92s spannende avonturen zouden hebben afgespeeld.

?

?

?

25 January 2011
By on 16:49
Herinneringen aan Eksit

Eindeloos worden voortgestuwd in een golvende peristaltiek, door een nauwe opening: de poort van het Walhalla. Daar ging Het Grote Gebeuren plaatsvinden. Een popconcert in Eksit bijwonen betekende dat je eerst je eigen geboorteproces opnieuw moest doormaken. De Raadplaat uit de Rotterdam-editie van het Algemeen Dagblad van 8 januari 2011 roept herinneringen wakker aan massaal bezochte optredens van wereldvermaarde punk annex New Wave-bands in het roemruchte Eksit aan de Eendrachtsstraat. Eksit was een begrip. Officieel was het een open jongerencentrum, ontstaan in het hippietijdperk, dat eind jaren 70 uitgroeide tot place-to-be voor een nieuwe generatie popmuzikanten- en liefhebbers, die magisch werden aangetrokken door fameuze acts zoals The Sex Pistols, The Stranglers, The Heartbreakers, The Damned en The Clash. De meute op de Raadplaat, die zich voor de deur heeft verzameld, staat ongetwijfeld te wachten op xe9xe9n van de bands op de Raadfoto. Ik houd het op The Sex Pistols, december 1977. Zelf woonde ik ook hun optreden bij. Ik stond echter niet tussen de wachtenden, omdat ik mij ruim voor de aanvang van het concert al in het gebouw bevond. Deze bevoorrechte positie dankte ik aan mijn vrijwilligerswerk voor de redactie van de Eksitkrant, die juist op die dag in het pand vergaderde. Nog voordat de deuren opengingen, hadden wij het veestempeltje op de hand al te pakken, dat in Eksit als entreebewijs gold. Niet altijd was ik zo geprivilegieerd. Ik raakte vertrouwd met de peristaltiek waarmee je door de poort werd gedrongen en die ergens achter in de menigte ontstond. Een ongeduldige wachtende duwde tegen een voorganger, die deze duw als een domino-effect doorgaf. Niet altijd slaagde je erin door te dringen tot de poort naar Muzikale Extase. Soms strandde je in een morrende menigte, die het onverbiddelijke aan elkaar doorgaf: de deur ging dicht, de tent was vol. Eigenlijk was Eksit te klein voor dit soort evenementen. Dat bleek ook tijdens de concerten. Het overweldigende volume van al die schitterende bands deed het zaaltje trillen op zijn grondvesten. Die trilling voegde een sensationele dimensie toe aan de muziek, die ik thuis op mijn stereo-installatie niet tot stand kon brengen.Behalve een poptempel was Eksit een uitgaanscentrum voor punkers, alternatievelingen, artistiekelingen, randfiguren, kortom, voor iedereen die x91discox92 een vies woord vond. Disco was in opkomst, maar het werd nauwelijks gedraaid in de nachtelijke weekenduren, waarin zuipende en blowende bezoekers losgingen op muziek van The Sex Pistols, The Stranglers, Dr. Feelgood en Herman Brood and His Wild Romance. Om muziek van Brood werd regelmatig luidkeels gemekkerd, naarmate de avond vorderde: x91Herman! Herman!x92 Ook werd de sfeer in de loop van de avond agressiever. Hells Angelachige motorduiveltypes trapten Duralexglazen aan gruzelementen.Dit weerhield mij er niet van de volgende zaterdagavond weer te komen. Gehuld in schaarse kledij in oogbezerende kleuren en een wolk van fruitparfum begaf ik mij op de versiertoer. Aan deze ondernemingen hield ik blijvende vriendschappen over. Met mijn huidige levenspartner bezocht ik menig concert. Wij troffen elkaar niet in Eksit, maar kwamen erachter dat we het er allebei leuk vonden en besloten op een gegeven moment er samen heen te gaan.Als loslopende meid op de versiertoer stuitte je in Eksit onvermijdelijk op Gerard, een zelfbenoemd x91sociaal maatschappelijk werkerx92 met een Haags penozeaccent. Gerard zag dat je therapie nodig had, die bestond uit kledderige zoenen en gegraai onder je kleren. Behalve als x91sociaal maatschappelijk werkerx92 wierp Gerard zich op als dichter. Stapels diepzinnig bedoelde gedichten liet hij je doorworstelen. x85x91Na een hele poos; ben je zelf ook doelloosx92x85. Dat soort werk.Als vrijwilliger behoorde Gerard tot het meubilair van Eksit. Hij maakte zich verdienstelijk door de Duralexglazen te redden van de motorduivellaarzen, door ze op te halen in torenhoge stapels, onder de aanhoudend waarschuwende kreet x91Pardon, personeel!x92Als verzamelplaats van schilderachtige figuren, spraakmakende muziekacts en ontmoetingsplek van gelijkgestemde popliefhebbers leeft Eksit voort in mijn herinneringen. Eigenlijk zou het een monument moeten zijn, maar zelfs het gebouw is er niet meer.

?

 

22 January 2011
By on 18:07
Meer tussen hemel & aarde

Meer tussen hemel & aarde

 

Ha, de Libelle! Opgetogen vis ik hem uit de brievenbus, koortsachtig op zoek naar het meeslepende bevallingsverhaal dat vorige week was beloofd. Dikke buiken, weexebn, persdrang, verloskamers, flauwvallende vaders, kindjes die het na een spannende strijd net gingen reddenx85ik verslind alles, tot in de bloederigste details. 14 ben ik, een hormonaal kruitvat. Een lijf dat ik niet meer, of nog niet, ken. Maar xe9xe9n ding weet ik wel: ik ben stikjaloers op al die zwangere en bevallende seksegenoten uit de boeken en bladen die mij rooie konen bezorgen. Ook ik wil het meemaken, het heroxefsche avontuur van zwangerschap, bevalling en tot slot de roze wolk van het moederschap. Aan wat daaraan voorafging, denk ik niet. Romantiek, wat is dat? Ik verkeer in  voortdurende staat van verliefdheid op voetballers, nieuwslezers, karakters uit tv-series, stripfiguren van zowel mannelijk als vrouwelijke kunne, maar nimmer begeer ik bereikbare types. Stomme, kinderachtige puistenkoppen vind ik jongens van mijn eigen leeftijd. En ietsje oudere exemplaren? Bah! Langharige, groezelige nozems! Of ben ik gewoon bang?

 Ik ga bevallen. Ik weet het. Of het thuis of in een ziekenhuis gaat plaatsgrijpen, of er wel of niet een vader in het spel is (puistenkop? nieuwslezer? nozem?), waar de wieg van mijn baby staat?  Geen flauw idee. Maar dat ik straks de hoofdrol zou spelen in het Ultieme Vrouwenepos staat voor mij vast. Met mijn omvangrijke buik begeef ik mij naar de plaats van actie. Daartoe moet ik de tram nemen. Tram 22, halte Bergweg.

De bel, die ik in de verte hoor, is niet van tram 22. Het is de wekker, die mij aan mijn schoolplichten herinnert.

 

Vijftien jaar later, zomer 1980. De uitgerekende datum nadert, maar ik kan vanavond heus nog wel naar de vriendinnenclub van moeders en aanstaande moeders, in Rotterdam Noord. Ik voel nog niks. Hoewel? Dat vage gerommel in mijn buik, komt dat door de koffie? En dat rode vlekje, even later, aan het toiletpapier? De verhalen van de anderen ontgaan mij, al vind ik het wel zielig voor de vriendin van Mieke, die een miskraam kreeg, een dag nadat haar zwangerschap was gevierd. Het gepraat, de rinkelende kopjes en glazen verdwijnen naar een onwerkelijke achtergrond. Allesomvattend is de onrust in mij, een mengeling van angst en een gespannen verheugen. Abrupt sta ik op. x91Ik ga maar weer eensx92, mompel ik gejaagd. Bezorgde, verbaasde blikken begeleiden mij tot aan de voordeur. De straat uit. Naar de tram. Halte Bergweg. Tram 22 heet nu tram 9. Dan valt alles op zijn plaats.

 Ruim een etmaal later beval ik van mijn prachtige dochter.

4 December 2010
By on 20:30
Twee halve Marathons

Hoofddorp, zondag 5 september 2010

Aan de start anderhalve man en een paardenkop. Vooral die paardenkop gaat records breken, dat weet ik nu al. En ik zal daar achteraan sukkelen in een gapend gat. De Hoofddorpse Halve Marathon is mijn eerste halve Marathon. Eigenlijk wilde ik debuteren bij de veilig-massale Rotterdamse AD loop, maar die bestaat niet meer. Welgemoed zet ik in op 8 xe0 8,5 km per uur. Het zonovergoten Burgemeester Van Stamplein ligt er feestelijk bij. De Hoofddorpers genieten, vooral van in de culinaire markt.x91Sluit je aan!x92 brult een in professionele wieleroutfit gestoken bemoeial mij vanaf een bijpassende fiets toe.x91x85Het werkrooster is vanaf morgen veranderdx85x92 x91x85Heb je nog wat van Wim en Janet gehoordx85x92 Verkeerskruising.  x91x85De laatstex85x92 Mooi, dat zijn zij dus!

 Amsterdam zondag 17 oktober 2010

Een zinderende, zonovergoten Stadionweg. Schetterende hoempamuziek.  Wij wachten tot we weg mogen, in vak 6, het startvak voor de Slakken en de Voorzichtigen. Ik (Kampioen Slak), Loopvriendin M. (ergens tussen Slak en Rups) en Echtgenoot R(Voorzichtige). In een zwierige kudde spoeden wij langs de Stadionweg, de Churchillaan de Rijnstraat. Ha, de Dire Straits, die heb ik ook op mijn Loopband-Mp3!

 Hoofddorp, zondag 5 september

1 km. Gaat lekker zo. Achter mij kachelt een fiets, rechts van mij stijgen en dalen vliegtuigen.

5 km. x91 De laatstex92, hoor ik weer achter me. x91Sabine gaat even voor je uit fietsen om het verkeer te waarschuwen.x92 Het kwartje had eerder kunnen vallen als ik had omgekeken. Geen lopende deelneemsters dus, maar fietsende staartbegeleidsters. En die x91laatstex92, rara, wie is dat?

10 km in 1.16 en een dof besef van hekkensluiterschap. Die ronkende bezemwagen vlak achter mij, enerveert me. Ik zeg het. Op verzoek van de staartbegeleidsters houdt hij afstand. Lief.  

13 km. Zeurende voetwrat, meedogenloze zon. Voor de rest gaat alles goed. Ik signaleer zowaar nog een voorganger, stipje aan de horizon.  x91De laatste!x92 Hoe vaak ga ik dat nog horen? x91Bxe8h!x92 roepen schapen mij toe vanaf de dijk. Aanmoedigen of uitjouwen?

15 km in 2 uur, allemachtig! Ik baal zienderogen. Misprijzend adviseert een vrijwilliger-verkeersregelaar met grijze baard en dito smoel: x91Ach mevrouw, ga toch naar huis!x92

18 km. Stipje Aan Horizon is verdwenen. Niet goed geworden, vertellen de staartbegeleidsters. Ik hoef geen details. Onderwegdrankjes bijna op, voetwrat en rug laten zich voelen. Gesprek met staartbegeleidster over koetjes, kalfjes en hardlopen: x91Goed van je, als ik langer dan 10 kilometer loop, ga ik kotsen.x92

Amsterdam, 17 oktober.

 18 km. Vondelpark, lommerrijk onder geboomte. x91Everything okay?x92 vraagt een rijzige, grijzende man, ongeveer mijn leeftijd, in fel oranje shirt. x91Oh yes, I enjoy myself, but I am a snailx92, antwoord ik, hem niet erg tactvol ook tot slak bestempelend. Een opspelende bovenbeenblessure verhindert de man niet erop los te kletsen. Hij is een Deen, die aan veel wedstrijden heeft meegedaan, zoals Berlijn. Mooie stad. Amsterdam ook. Ik stem in. Vermoeiende combi, hardlopen en buitenlands converseren tegelijk.

 Hoofddorp, 5 september

Sokken erin, ik wil binnen de limiet finishen. Niks hitte, niks voetwrat, niks rug. Wel schaamte als de popi speaker mij met veel spektakel aankondigt. Een microfoon onder mijn snufferd. Met een big smile struikel ik de finish over, stoer verkondigend hoe x91superx92 ik alles vind en dat ik het de eerste keer bewust rustig aan deed. x91Ja hoorx85x92, zie je de omstanders denken. Maar ik heb het gehaald, in 2.55 uur. Ik kan zeggen dat ik een Halve Marathon heb gelopen.

 Amsterdam, 17 oktober

Heroxefsch, als een heuse sporter langs de Olympische tribunes. Nee oen, die blauwe opblaaspoort is de finish nog nietx85 Nog even alle registers open en danx85 Kaarsrecht, welbeheerst en stralend passeer ik de eindstreep in 2.44.40.

Hm10-2884 (2) 
AmsterdamMarathon2010i3 
Slakken en schildpadden! Maak nooit je Halve-Marathon-debuut in een x91gemoedelijkex92 regioloop, maar ga genoeglijk anoniem op in de bonte polonaise van een mega-evenement.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7 November 2010
By on 13:24
Es soll mir gelingen, donnerwetter!

x91Sprechen Sie  Deutsch?x92
Terwijl ik verdorie bij de rondleiding in het vakantiehuisje nog geen vijf minuten geleden zox92n fraaie Duitse duit in het zakje had gedaan: x91Wann kommt hier der Mxfcllwagen?x92 Nota bene expres thuis nog opgezocht in het Prisma Zakwoordenboek.
Was de vakantiehuisjesmevrouw mijn vraag vergeten, of had zij hem niet gehoord, omdat ik hem te zacht had gepiept, onzeker in een vreemde taal, met Echtgenoot, die, achter vakantiehuisjesmevrouw aanlopend, bloemrijke volzinnen aaneenrijgt over de drukte op de weg, de weersomstandigheden onderweg en voor de komende periode, de natuur, het winkelaanbod ter plaatse, het hondenbeleid, de politieke situatie en het voetbal in Nederland en Duitsland. Echtgenoot, die mij er achteraf, ingeleid door een meewarige hinnik, op wijst wat ik nu weer onbedoeld voor vreselijk grappigs heb gezegd. Zo erg als x91ich habe mein Enkel verstoiktx92 is het ook weer niet, maar het gaat toch wel op zijn minst om het behang in plaats van het kleed stofzuigen (x91Tapete staubsaugenx92), appeltaart die kan bijten (x91Apfelkuchen mit Zahnex92), of iemand terugblaffen (x91zurxfcckbellenx92). Zorgvuldig van tevoren geprepareerde zinnen rollen nog wel overtuigend over mijn lippen, maar het lastige is dat mensen ook terugpratenx85
Sta ik me in mijn beste Duits af te sloven tegen weer een andere vakantiehuisjesmevrouw, komt het gesprek op de landstaal, zegt zox92n mensje: x91Ihr Mann spricht gut Deutsch!x92
In anderen Worten: x91Du nicht, du blxf6der Trottel!x92
Toen ik Echtgenoot vergezelde bij een onderwijsconferentie in een Duitse stad, waar hij een workshop moest houden, en ik in de wandelgangen voor de zoveelste keer wegdook achter een pilaar, omdat iemand het woord tot mij dreigde te richten, was voor mij de maat vol. Dit zal nooit meer gebeuren, dergelijke vernederingen gaan voortaan mijn deur voorbij. Sindsdien verslind ik Duitse chicklit, Der Zauberberg van Thomas Mann, Effi Briest van Theodor Fontane en thrillers van Martin Suter. Ik bekijk de soap x91Verliebt in Berlinx92 op DVD en put mij uit op de loopband met rapper Peter Fox (Haus am See) op mijn MP3.
En net nu mijn Duits ergens op begint te lijken, ik warempel iets terug weet te zeggen na een antwoord op mijn openingszin, ik niet krampachtig hoef te zoeken naar een woord, en Duitsers niet spontaan op Engels overgaan als zij mij horen worstelen, rijst in Duitsland de ster van Louis van Gaal. Louis van Gaal, die zich in een Duits klooster de taal zou hebben eigengemaakt, maar de nagedachtenis van Rudi Carrell doet verbleken met onsterfelijke termen als 'Feierbiest', Lxf6ffeltje Lxf6ffeltje en der Tod oder die Gladiolen. Nederlanders die na lange voorbereidingen eindelijk Duits durven te praten, krijgen het moeilijk. Steeds als zij vragen naar de tuinhark, de dichtstbijzijnde flappentapper,of een snedig stukje in het gastenboek moeten schrijven, doemt voor hen de schaduw op van de bewierookte voetbalcoach, die inmiddels de status van cultfiguur heeft verworven. Vergelijkingen liggen op de loer. Dappere Duitsprobeerders worden teruggedrongen achter hun pilaren.
Maar dat gaat mij niet overkomen. Ooit zullen ze over mij ook zeggen dat ik goed Duits spreek. Es soll mir gelingen, potztauzend, donnerwetter, verdammt nog einmal, papperlepap!

22 July 2010
By on 19:08
oranjemeiden

Donderdagavond 24 juni 2010. In het Rotterdamse eetcafxe9 op een groot scherm Nederland-Kameroen, zowel binnen als op het terras te volgen. Buiten, voor de deur skatend, twee meisjes , ca. 11 en 15 jaar, in vol oranje ornaat, als oranje cheerleaders. Vermoedelijk zijn zij de dochters van de uitbaatster, die deze avond voor een extra vrolijke noot moeten zorgen: oranje stola's, oranje rokjes, oranje Hup-Holland-hoedjes, rood-wit-blauwe linten. Voor de zoveelste keer scheert het jongste meisje voorbij, houdt even stil op het terras, werpt een zijdelingse blik op het tv-scherm: 'Is dat Nederland – Japan? Hoeveel staat het?'

27 June 2010
By on 19:07
Krantenbezorgleed

Even de kranten pakken…Nee hxe8? Duistere leegte domineert het postvak. Afgezien van een miezerig shoarmafoldertje en wat binnengewaaid zand. Voor de twintigste keer dit jaar veroordeelt de krantenjongen ons tot summier internetkrantennieuws. En tot het uitputtende en tijdrovende ritueel om de krant alsnog bezorgd te krijgen en de lamzak een flinke opdonder te laten bekomen, liefst in de vorm van onstlag op staande voet. Beide onderdelen van dit ritueel zijn tot mislukken gedoemd. Bellen betekent doorgeschakeld worden aan een voice-response-systeem. Omdat je op die manier onmogelijk je frustraties en je vernietigende kritiek kwijt kunt ('feedback' noemen ze zoiets tegenwoordig steeds vaker), laat ik die inspreekbeurt voorbijgaan. Soms laat ik een luide boer, of zing ik een obsceen straatliedje uit mijn jeugd, als ik datum en postcode moet inspreken. Meestal volhard ik in grimmig stilzwijgen. Als ik dan alsnog word doorgeschakeld met 'een medewerker', wentelt deze zich doorgaans in zoetsappige verontschuldigingen, roekeloze beloftes om de krant nog diezelfde dag te laten bezorgen en de krantenjongen eens flink op zijn lazerij te laten geven. Dat laatste kan ik helaas niet controleren, maar alsnog de krant in de bus? Wie denken ze voor de gek te houden? Naar die krant kunnen we fluiten. Op naar sigarenboer of pompstation dus, om niet voorgoed verstoken te blijven van hot items en haarscherpe achtergrondanalyses van die dag. En vervolgens, het wordt eentonig, opnieuw mekkeren en mauwen, dit keer om schadeloosstelling. Alwxe9xe9r die verschrikkelijke spraakmachine. Dit keer geen medewerker aan de telefoon na het boeren, het obscene versje en het bokkige stilzwijgen. Want jawel hoor, we zijn te laat. Medewerker geniet van rust na vierurige werkdag. Dan maar naar de website voor een nabezorgingsformulier. Lekker 'feedback' spuien? Niks hoor. Het formulier biedt slechts ruimte voor de datum van het missen van de krant en een verzoek om nabezorging. Een verzoek dat de klachtenfunctionaris ongetwijfeld terzijde schuift met een minachtende grijns. Als hij/zij het al leest. Nadert in dit digitale tijdperk het einde van de papieren krant, zoals velen vrezen Reken maar van yes! Onomkeerbaar. In rap tempo. Geholpen door vadsige krantenjongens en klachtenfunctionarissen, pesterige spraakherkenningsystemen en misselijk summiere internetformulieren.

4 June 2010
By on 13:34
nutteloze watjesaardigheid

Voetgangers die in dank hun handje opsteken tegen automobilisten die voor een zebrapad (verplicht, gxe9xe9n gunst!!!) voor hen stoppen.

Voetgangers die zich ‘sorry’end van het trottoir af laten fietsbellen.

Klanten die zich in hun eigen land (niet behorend tot het Angelsaksisch taalgebied)  afsloven in hun beste Engels, op verzoek van personeelsleden, omdat die de landstaal niet machtig zijn, terwijl onderzoek het belang van de landstaal als voertaal overtuigend aantoont, met name voor bedrijven en instelleingen met een multi-etnisch personeelsbestand.

‘Weldoeners’ die geld geven aan bedelaars (niet empowering) of Straatkrantverkopers geld geven, maar geen Straatkrant blieven (ook nog vernederend).

Mensen die hun huis met bezemen keren voordat de werkster komt, omdat zij zich anders voor schut voelen staan.

Voor de goede orde. Met aardig zijn heeft dit soort gedrag niets te maken. Het is watjesgedrag, waar niemand mee gediend is. Wie er zich aan schuldig maakt, roep ik bij deze op: stop ermee, in het belang van onze samenleving.

13 May 2010
By on 19:45
Omgaan met rood-witte neergang

‘Sparta? Gadver, wa’s dat nou weer? Geef mij maar Duitselland!’ Als vierjarige had ik niet helemaal door waar mijn vader en opa zich zo druk over maakten. Ik knapte af op die naam, voor mij een vervreemdende, exotische klank. Het woord ‘Duitsland’ kwam mij knusser en vertrouwder voor. Misschien geschrokken van deze voorkeur van een nieuwe generatie, nog maar tien jaar na WO II, haastten Vader en Opa zich om mij uit te leggen dat Sparta een voetbalclub is. ‘Voetbalclub? Gadver, wa’s dxe1t nou weer?!’ Toch kroop mij vanaf dat moment het rood-wit, bezongen in het welhaast religieuze Sparta-clublied, in het bloed. Vader en mijn beide Opa’s bezochten op zondagen het Kasteel en kwamen thuis met verhalen die ik niet begreep, maar wel met ons te maken moesten hebben. Dat kon ik opmaken uit de passie die sprak uit hun gloedvolle betogen. Na thuiswedstrijden liepen mannen in lange rijen over de Mathenesserlaan. Aan hun lichaamshouding kon je de afloop van de wedstrijd aflezen. Sparta hoorde bij de familie, net als onze huisdieren, auto’s, koelkasten, vakanties en brood met makreel op zaterdag. Wat was ik trots toen ik met mijn vader en broertje mee mocht naar het Kasteel. Nu hoorde ik er echt bij, al wist ik niet wat buitenspel was. Ik droeg een zelf geregen rood-witte kralenketting en piepte bedeesd ‘Hup Sparta!’ ‘Wat zeg je?’ vroeg Vader, die pal naast mij zat. We kregen zakjes chips met een klein blauw zoutzakje onderin. Of snoep van het mannetje dat de tribunes afliep en met een tandenloze mond ‘marsjrepen en kauwgummiesj’ aanprees. En heel soms een kroket, als Vader in een gulle bui was. We leefden mee in wolken sigarendamp, waarmee oude mannetjes het veld schier onzichtbaar maakten. Op het schoolplein kregen wij ruzie met kinderen die voor Feyenoord waren. Ik verliefde mij in xe9xe9n van de spelers, kocht een roze suikerhart dat ik hem met Sinterklaas anoniem wilde sturen, maar at het uiteindelijk toch maar zelf op. Een Sparta-hart?  Ik groeide op, verliet het ouderlijk huis. Decennia later kwam de hereniging met Sparta, toen onze zoon toetrad als F’je. Op zaterdag moedigden wij zijn team aan, zondag zaten wij met het hele gezin in het Kasteel. Dat was niet altijd een feestje. Er waren mooie seizoenen, maar daarna volgden periodes van worstelingen, die wij sidderend ineengekrompen aanschouwden. En zo is het eigenlijk gebleven. Worstelingen, degradatie, terugkeer naar de Eredivisie, worstelingen met opnieuw dreigende degradatie. Met het verlies tegen Helmond Sport lijkt rood-witte neergang dichterbij dan ooit. Maar waarom vind ik dat zo erg? Zo veel heb ik niet met voetbal. Akkoord, bij WK- en EK-wedstrijden met het Nederlands Elftal zit ik met een schaal vol oranje lekkernijen en een oranje muts voor de buis. Maar Feyenoord’s nederlaag tegen Ajax, in de strijd om de beker, laat mij ijskoud. En op avonden dat het scherm groen kleurt van Europees voetbal, kreun ik als op een ander kanaal ‘Sex and the city’ wordt uitgezonden. Waar komt dat vandaan, die betrokkenheid bij een ogenschijnlijk zieltogende club? Heeft dat te maken met saamhorigheid, familiegevoel? Iets fysieks, in de prille jeugd ingegoten? Misschien zelfs genetisch bepaald? Rood-wit in het bloed? In ieder geval zou het een ramp zijn als Sparta zou afzakken naar de laagste krochten van de voetbalcompetitie. Er zijn weinig clubs waar mensen het zo gezellig hebben met z’n allen. De mannetjes van de sigarendampen, chips, kroketten, marsjrepen en kauwgummiesj liggen inmiddels op het kerkhof. Maar dat zal met Sparta nooit gebeuren. Toch???

7 May 2010
By on 12:57
SS Chaos

De soep komt er zo aan, hoor!’ Na het horen van deze montere boodschap, voor de derde keer binnen het uur, waarin wij soep kregen, maar vruchteloos wachtten op onze high tea, begonnen wij ons af te vragen of wij misschien beland waren in een door Wim T. Schippers bedachte sitcom. We hadden er zo naar uit gekeken, mijn zus, mijn dochter en ik. Alledrie stelden wij ons veel voor van de high tea in het restaurant van de roemruchte SS Rotterdam. Wij belandden echter in  een scxe8ne uit ‘De ondergang van de Onan’. Of zaten wij in restaurant ‘De gek geworden bever’ van de hysterisch lachende en rijmende Henk Pal?  De chaos begon al meteen bij binnenkomst. Voor ons drieen waren er twee potjes water, waarin we naar keuze builtjes Marokkaanse thee en Earl Grey konden hangen. Vergeefs vroegen wij om meer theesmaken, een derde theepotje en bijbehorende zoete lekkernijen. Zus en ik gingen het nog maar eens vragen toen wij ons, om de tijd te doden, naar het toilet begaven. ‘U bent?’ vroeg verbijsterd een dienster aan Dochter, die op dat moment  alleen tussen de lege theepotten zat. Haar antwoord dat wij er alweer een tijdje zaten en nog een extra theepot met cake en gebak bliefden, bracht het bedienend personeel in beroering. Onzekere jochies brachten soep in miniatuur koffiekommetjes. Lekkere rulle, goed gekruide tomatengroentesoep, dat moet gezegd. Maar waar bleef nou toch onze thee? En wat daarbij hoorde? Jaloers keken wij opzij naar naburige tafels, waar mensen zaten te smullen van gebak, muffins en bonbons, opgetast in torenhoge etagxe8res. Toen een onzeker meisje uiteindelijk drie potten met vers heet water op tafel zette, vroegen wij om ook zo’n etagxe8re. Vergeefs? Na een kwartier verscheen een ijverige knaap met een dampende schaal. Werd ons geduld dan eindelijk beloond? Niet echt. Geen taartjes, muffins en bonbons geurden ons tegemoet. Het waren -ja, wat waren het? Bitterballen? Minikaassoufflxe9s? We hielden het op een kruising daartussen. Ook lekker, maar bij de thee? Die door het lange wachten trouwens alweer bijna op was? Wilde ik nog wel thee? Het borreluur naderde en met al die hartige hapjes zou een glas droge witte wijn erin gaan als klokspijs. Ik bestelde het bij mevrouw ‘U bent’?’ , toen deze andermaal aan ons tafeltje verscheen, met de vraag of wij nog iets wilden. ‘Serieus?!’riep zij uit, alweer zo verbijsterd. ‘Ja, bij de soep en al die hartige hapjes kan dat prima’, motiveerde ik mijn keuze. Maar ik kreeg mijn wijn, zoals mijn metgezellen hun theewater en builtjes kregen. Maar wanneer kregen wij nou eindelijk onze theehapjes? We vroegen het aan ‘U Bent?’, toen zij de lege kaasbitterballenschaal kwam afruimen. Weer die verbijsterde blik. Wij wezen haar op de etagxe8re vol lekkernijen aan onze buurtafel. "Kijk, dat willen wij!’ Zij knikte begrijpend. Dachten wij. Want even later kwam alweer een andere ober met miniatuurkommetjes tomatengroentesoep aanzetten. En met nog een glas witte wijn.  ‘Nee, dat hebben we daarnet al gehad!’riepen wij, de wanhoop nabij. De baas kwam erbij; ‘Alles naar wens?’ Neu, niet echt: wij willen koek en gebak! Hij zou het doorgeven, beloofde de baas. Toen even later een knaap ons opgewekt mededeelde dat ‘de soep er zo aankwam’, kregen wij aanvechtingen om uit radeloze frustratie overboord te springen. Zover hoefde het gelukkig niet te komen. Uiteindelijk arriveerden muffins, gebakjes, bonbons en verfijnde volkorensandwiches met ham, zalm, ruccola en mayonaise. Helaas geen scones, die toch meer  bij een high tea horen dan soep en kaasbitterballen. En geen etagxe8re. Maar ach, een mens kan niet alles hebben. En uiteindelijk wordt beproefd geduld toch beloond, zelfs op de SS Rotterdam. Misschien een handige tip voor de bedienende brigade: laat niet alles over aan ROC-scholieren. Dat is zielig. Voor alle partijen.

9 April 2010
By on 16:06